|
De geestelijke scholingsweg zou geen weg mogen zijn die van het leven wegstreeft, maar een weg die heel bewust en concreet in het alledaagse leven gaat en staat. In deze zin onderscheidt de huidige spirituele weg zich van vroegere mystieke wegen uit de middeleeuwen of van de zelfverzinkingswegen die voor onze tijdrekening ontstonden. Daarbij was eerder het doel alle banden met de materie en de aardse wereld te ontzeggen, om volledig op te gaan in bepaalde geestelijke ervaringen en éénheidsbelevenissen. Het was daarbij de bedoeling het eigen ik op te geven in plaats van het een centrale plaats te geven in het leven of vanuit dit ik het leven zelfstandig vorm en inhoud te geven. Om dit te verwezenlijken werd het eigen denken en de eigen wil zoveel mogelijk tot een zwijgen gebracht. Dit onder andere door heel strenge ascetische oefeningen, monotonie, door volledige gehoorzaamheid en overgave aan een geestelijke autoriteit, afzondering, stilte, boetedoening, etc. . Volgens de aanwijzingen van hedendaagse spirituele leraars zoals Rudolf Steiner, Heinz Grill en Sri Aurobindo, zijn dergelijke wegen niet meer van toepassing in onze huidige cultuur. Ze kunnen zelfs niet meer echt op een opbouwende manier bewandeld worden, gezien de persoonlijkheidsstructuur en het zelfbewustzijn tot zo een hoog niveau ontwikkeld werd. Wegen waarbij het eigen ik en de actieve bewustzijns- en relatievorming opgeven worden kunnen enerzijds al vlug tot een zekere strengheid en psychische verstarring of anderzijds ook tot subjectieve belevenissen en psychische labiliteit leiden. Dergelijke wegen staan niet meer echt in overeenstemming met de huidige geest en de innerlijke wens naar een veel integratievere ontwikkeling. Deze vroegere spirituele wegen hadden weliswaar allemaal hun gerechtvaardigheid en stonden helemaal in overeenstemming met de toenmalige bewustzijnstoestand en edele streefdoelen van de mens. Alhoewel deze wegen zeer veel uiterlijke verschillen vertonen kunnen we ze algemeen beschreven als de wegen die van onderen naar boven streefden. Dus vanuit de materie via oefening, gebed of meditatie naar de geest. In een hedendaagse geestelijkescholingsweg
staat de ontwikkeling
De huidige scholingswegen dragen precies het omgekeerde principe in zich. Er wordt namelijk gestreefd naar het behouden en ontwikkelen van een vrije individidualiteit, en de weg wordt van boven naar onderen, vanuit de geest naar de materie of de wereld, begaan. Heinz Grill beschrijft deze weg met verschillende begrippen zoals de mentaal- spirituele weg in tegenstelling tot de mystieke-spirituele weg, de weg naar een synthese van geest en materie of ook met de begrippen zoals het individuatiepad en de nieuwe yoga-wil. Het begrip de nieuwe yoga-wil werd reeds vroeger gebruikt door Rudolf Steiner in een voordracht over de oude yogacultuur en de nieuwe yoga-wil. (uit het boek 'Wege der Übung' van R.Steiner) Centraal bij deze mentaal-spirituele weg of
het individuatiepad staat dus de ontplooiing van het eigen ik of de individualiteit,
door middel van een bewuste scholing van het denken, het voelen en de wil.
Het is heel interessant te zien dat hetgeen vroeger dus bewust losgelaten
werd of zelfs uitgeblust werd, heden heden ten dage juist zeer bewust
Vanuit het ik of persoonlijkheidscentrum zouden we als mens zeer bewust, concreet en scheppend-actief op de buitenwereld met zijn vele facetten moeten kunnen afstappen. Tijdens een voordracht over 'de persoonlijkheidsontwikkeling
en het hart'
"Het innerlijke centrum zou niet van buitenaf
overschaduwd, beïnvloed of verdrukt mogen worden. In het ik is het
centrum van de vrijheid aanwezig. Deze schets dient om de centrale betekenis
aanschouwelijker te maken. Met deze belangrijke basisgedachte richten we
hier ook heel in het bijzonder de aandacht op de heldere, mentale vorming
van de spiritualiteit, zoals ze hier begrepen wordt, want deze vorm van
spiritualiteit is op een verantwoordelijkheid van het ik en het afzonderlijk
individu gevestigd. Deze vrijheid van een ik was in onze geschiedenis niet
altijd het geval. Pas de laatste tijd is er in het leven een versterkte
noodzaak ontstaan, dat iedereen stap voor stap tot deze eigen positie tegenover
alle zaken buiten hem, tegenoveralle meesters, alle leerstellingen en leraars,
alle kerken en ook alle gemeenschappen moet komen. Een onderdeel, en dat
is zeer belangrijk voor de integrale spiritualiteit, is ook algemeen het
relatieleven, het familieleven, de relatie, die we tot een levenspartner
hebben of tot onze kinderen en vrienden. De spiritualiteit die gevestigd
is in het meest innerlijke persoonlijke centrum, zou niet als een eenzijdig
levensgedeelte begrepen mogen worden, dat berust op afzondering van bepaalde
levensgebieden en levensgevoelens, of het algemeen gekozen werk, de familie
en de vrije tijd uitsluit."
De ontwikkeling van het ik door
een concrete scholing
Hoe ziet het ontwikkelen van het individu er in geestelijke scholing nu praktisch uit en wat kunnen we begrijpen onder een bewuste scholing van het denken, het voelen en de wil, of ook wat betekent scheppend-actief in relatie treden? Dit zijn enkele basisgedachten die ik hier wat nader zal proberen toe te lichten. Het ik staat met de ewustzijnskrachten in een zeer nauwe verbinding. Wanneer we ons denken bewuster vorm geven of een bepaald doel zelf denken, willen en ook nastreven schenkt dit een sterker ik-beleven en groeit de ik-kracht. Normaal gezien zijn we in het leven echter anders georiënteerd, we worden namelijk meestal overschaduwd door allerlei gedachten, gevoelens en wensen die voortdurend autonoom in ons bewustzijn opkomen. Dit bemerken we zeer duidelijk wanneer we tijdens een concentratie-oefeningen eens enkele ogenblikken tot rust willen komen in de waarneming. Er wallen dan allerlei gevoelens, indrukken en gedachten in ons op. Verder worden we ook sterk bepaald door allerlei gedachten en invloeden die we van buitenaf opnemen. En we kunnen ook herkennen dat we normaal gezien niet zozeer actief en bewust op de zaken vanuit ons ik afstappen, en het leven met zijn verschillende levensgebieden bewust vorm geven, maar eerder passief onderhevig zijn of ons afwachtend tot zelfs graag verwachtend opstellen tegenover hetgeen van buitenaf op ons afkomt. In deze zin hebben we een beeld die haaks tegenover de hierboven afgebeelde schets staat. In de zin van een geestelijke scholing worden de zogenaamde zielskrachten, het denken, het voelen en de wil heel bewust geschoold of getraind. Deze training van het denken, het voelen en de wil kan men aanzien als een sterken, leren kennen en leren handhaven van de eigen bewustzijnskrachten, en gebeurt door middel van diverse zielsoefeningen of waarnemingsoefeningen. Ook de lichaamsoefeningen van de yoga worden door Heinz Grill primair als zielsoefeningen beschouwd in plaats van lichamelijke of energetische oefeningen. Tijdens deze zielsoefeningen of waarnemingsoefeningen wordt er een zeer specifieke vorm van concentratie ontwikkeld waarbij het denken, het voelen en de wil in een totaal andere nieuwe verhouding komen te staan. Normaal gezien werken de onbewuste wil en de onderhuidse gevoelens in een ongeschoold stadium van onderuit onopgemerkt in op het denken of de waarneming. Het denken of de gedachte is hierbij niet vrij maar wordt van onderuit bepaald of overschaduwd. Wanneer we bijvoorbeeld een lichaams-oefening uit de yoga doen, doen we dit vanuit een ondergrondse wil, die tot bepaalde gevoelens leidt en deze gevoelens werken dan op hun beurt in op het denken, geven het een bepaalde kleur. Dit kunnen we de weg van onderen naar boven noemen. Wanneer we iets waarnemen werken er bepaalde dieperliggende gevoelsprojecties in op onze waarneming, alsook bepaalde ondergrondse verlangens zodat we het object op een bepaalde manier zien. Het denken is dus niet gewoon een zuivere gedachte maar is onbewust doorspekt door bepaalde gevoelens en verlangens. De concentratie-oefening als
losmakings-
De bedoeling van de bewustzijnstraining of concentratie-oefening is dus dat we leren het denken, het voelen en de wil die normaal gezien aan veel autonome onderhuidse impulsen onderhevig zijn en niet zuiver en los van elkaar beleefd worden van elkaar te differentiëren zodat we ze sterker in hun eigenheid beleven. We zouden kunnen zeggen dat we ons bewustzijn ordenen en onder de wakkere controle van het ik brengen. Dit gebeurt in verschillende stappen. Vooreerst komen we tot rust en beschouwing door ons zoveel mogelijk los te maken van de verschillende gedachten, gevoelens en de wil. Daarna gaan we ons meer en meer gronden in een klare gedachte of voorstelling. Vanuit deze gedachte of voorstelling die heel bewust gekozen en gevat wordt doen we de oefening. Op die manier wordt eigenlijk deze vrije gedachte de leidende instantie en zijn we niet meer zo onderhevig van de verschillende gevoelens of de onderbewuste drang van het lichaam. Vanuit een bewuste gedachte wordt de oefening dus vorm gegeven. Maar wel vanuit een gedachte die klaar, helder en ontspannen is, en als het ware geleidelijk aan meer en meer ontdaan van de autonome onderhuidse opwellingen in de psyche die de gedachte gevangen nemen. Dit is hier iets zeer cruciaal. Wanneer we dit doen zal vanuit deze gedachte of voorstelling waarmee we de oefening doen mettertijd een nieuwe lichaamsvrije gewaarwording ontstaan tegenover het concentratie-object Op die manier leren we omgaan met de bewustzijnskrachten en komen we door oefening tot een duidelijkere differentiatie tussen het denken, het voelen en de wil. Gezien we vanuit het denken beginnen, gaan we hier ook de weg weer van boven naar onderen. Dus vanuit een helder gevatte gedachte, naar de gevoelens en de wil en niet omgekeerd. "In de concentratie-oefening vertrekken we hier vanuit een heel concreet denken, dat mettertijd indringender wordt voor het voelen en dit voelen uiteindelijk op edelere en reinere niveaus voorbereid. Want het is het voelen, dat wederom de krachten van het ondergrondse wilsleven beïnvloed. De wil is het meeste ondergrondse, terwijl het voelen het midden van het bewustzijnsleven vormt en het denken de beginnende en leidende instantie is. Het denken zou zich door de geestelijke oefening vrij van het voelen moeten maken, en het voelen zou wederom van de wil of wensen en projecties vrij moeten worden. De concentratie berust op een indeling en differentiëring van de zielskrachten, die zich in het proces van de oefening toenemend als afzonderlijke, onafhankelijke en zelfstandige wezens ervaren. Alhoewel het denken, het voelen en de wensen in elkaar verweven zijn, moeten ze nu door oefening in hun oorspronkelijke element komen. En pas wanneer deze bewustzijnskrachten onafhankelijk werken, kan het ik in de vrijheid en in de positie tot het leven integraal beleefd worden." (Heinz Grill, uit de bovenvermelde voordracht) De concentratie-oefening in de zin van een differentiëren en eigenlijk ook het activeren van de bewustzijnskrachten leidt, zoals we in de laatste zin hierboven lezen tot het integraal beleven van het ik in een vrije positie tegenover het leven. Wanneer we de oefening vanuit een klaar gevatte gedachte leren beoefenen treden we eigenlijk ook scheppend-actief in relatie met de oefening vanuit ons zelf. We doen de oefening niet enkel technisch of volgens een bepaalde methode, we laten de oefening niet louter op ons in werken of ondergaan ze gevoelsmatig. Met andere woorden we verwachten op een passieve manier geen resultaat van de oefening, maar doen de oefeningen bewustzijnsactief, we geven ze vanuit een gedachte bewust vorm of treden actief in relatie met de oefening. Dit leidt op zijn beurt ook tot bewuster ik-beleven. Zo benadrukt Heinz Grill op een voor ons eerder zeer ongewone manier de wijze dat we de oefening doen, in de zin wat we in de oefening aan bewustzijn naar binnen brengen en niet wat we er kunnen uit halen. We zouden op die manier overdrachtelijk kunnen zeggen, de mens zou als de zon iets vanuit zijn wezen moeten uitstralen en niet zoals de maan enkel iets ontvangen of relecteren. Het hart of het ik wordt dan ook het zonnecentrum genoemd. Wanneer we de bovenvermelde schets bekijken herkennen we ook duidelijk een zon die naar buiten toe uitstraalt. De weg van boven naar onderen
Het belangrijk en fundamenteel element van een geestelijke scholing is dat we niet zozeer vanuit onze eigen subjectieve of beperkte gedachten beginnen of vanuit onze eigen nog subjectiever gevoelstemmingen, maar ons bewust richten tot geestelijk geïnspireerde gedachten en inhouden. Zonder deze stap zouden we onbewust aan onszelf gebonden blijven en veeleer een grotere subjectiviteit en onbewust een sterkere ego-zin ontwikkelen. Dit daar we te zeer onze eigen gedachten en gevoelens proberen te verwerkelijken, in de plaats van dat we werkelijk de geest of een geestelijk ideaal verwerkelijken of anders gezegd geestelijk doordrongen waarheidsgedachten verwerkelijken. We vertrekken vanuit een geestelijk ideaal en niet vanuit onze psychische begrenzingen. Dit ideaal ontdekken we in geschriften van spirituele leraars. Het is een ideaal die ons vooreerst nog als een vreemde wereld voorkomt, daar wij volgens andere criteria denken en voelen. Het is een ideaal dat we in het begin wellicht vaak ook verkeerdelijk volgens onze eigen normen begrijpen en plaats van wat het werkelijk is. Maar door studie en een goede wil geraken we geleidelijk vertrouwder met dit ideaal en leren het kennen of begrijpen en zodoende zelf denken en voor ogen houden. Op die manier vormt een studie van zogenaamde imaginatieve of inspiratieve gedachten van geestelijke leraars de uitgangsbasis. De oefening wordt met een welbepaalde imaginatieve gedachte beoefend. Dit wil zeggen met een gedachte die een concrete objectieve geestelijke samenhang of wetmatigheid in zich draagt. De geestelijke oefening dient dan niet als middel om tot het geestelijke te komen of om ons in het geestelijke in te leven. Want hier gaan we net andersom te werk. We vertrekken vanuit een geestelijk geïnspireerde gedachte en gaan met deze gedachte de oefening vorm geven tot de gedachte tot een nieuwe gewaarwording leidt en geleidelijk aan in de oefening meer en meer tot uitdrukking komt. Op die manier herkennen we de weg van boven naar onderen, we gaan vanuit de geest naar de materie. We vertrekken niet vanuit onszelf, vanuit ons eigen persoonlijk denken, voelen en willen, en proberen van daaruit door te breken tot de geestelijke ervaring, maar beginnen juist vanuit de inspiratieve of spirituele gedachten van een geestelijke leraar. Een veel voorkomende uiting van kritiek is dat men op die manier onvrij wordt, zichzelf verliest of sektarisch wordt, wat we wellicht op het eerste zicht kunnen menen. Maar indien we de zaak nauwkeurig bekijken ontdekken we net het omgekeerde, dat deze manier van werken tot een ongelovelijke vrijheid en beleven van het ik leidt. Door het studeren en eigen maken van een geestelijk gedachtengoed ontwikkelen we een enorme sterkte en wijdte in de individualiteit. Want het is geenzins de bedoeling dat we als aspirant op de geestelijke weg de geestelijke waarheidsgedachten intellectueel of emotioneel opnemen, maar dat we de gedachten doorgronden en leren begrijpen en van daaruit eigen maken. Dat er dus actief op het geestelijk gedachtegoed afgestapt wordt. Rudolf Steiner zei bijvoorbeeld; 'geloof
me niet,
En zijn we niet onvrijer wanneer we binnen onze eigen psychisch-lichamelijke en energetische grenzen blijven, en dus vanuit onbewuste impulsen gedreven worden, dan dat we ons kunnen gronden in een veel omvattendere en vrije dimensie van denken en beleven, en vanuit een klare gedachte het leven vorm geven? De geestelijke scholingsweg beweegt zich geleidelijk doorheen verschillende fasen. De eerste fase beschrijft Heinz Grill als een vorm van ter kennis nemen van de nieuwe zielsgeestelijke gedachten. Men probeert ze nog niet direct te realisieren maar eerder te aanschouwen en te leren kennen. Veel nieuwe levenssamenhangen leert men in het begin op de geestelijke scholingsweg kennen. Zaken die soms een ongelovelijke fascinatie op hem uitoefenen. Nu en dan doet men oefeningen. In de tweede fase stijgt de interesse en begint men regelmatiger te oefenen en te studeren. In de derde fase kiest men een aspect of vakgebied uit die men steeds intensiever gaat doorgronden en eigen maken. Men gaat niet enkel lezen maar waarachtig zich meer en meer indenken tot men zelf de gedachten en de samenhangen zelfstandig begrijpt en praktisch kan weergeven, alsook de diepere gewaarwordingen erin ontdekt en voortbrengt. De vierde fase is dan de fase dat het leven nog zorgvuldiger geordend wordt en men tot de realisatie van het gedachtegoed komt. Op het geestelijke pad schoolt men zijn bewustzijn aan de hand van spirituele gedachten in de zin van zielsgeestelijke samenhangen tot men meer en meer zijn eigen denken, voelen en wil hiervan doordringt en zijn leven vanuit deze geest vorm geeft. Dit vraagt een intensieve scholing en neemt ook jaren in beslag. Dit noemt Heinz Grill de spiritueel mentale weg van boven naar onderen, vanuit de geest naar de materie en dit leidt tot een synsthese van geest en materie. Dit wordt ook de vergeestelijking van de materie genoemd. Sri Aurobindo formuleerde het doel van zijn
integrale yoga als volgt in het boek 'licht op yoga':
Op die manier zou de scholingsweg van bovenuit
heel concreet in het leven moeten leiden.
|